op zoek naar 'authentieke' ervarin- gen, met de authenticiteit die de antro- poloog voorstaat, kunnen ze niet uit de voeten. 13 De strijd tegen het toerisme lijkt daar- mee op een achterhoedegevecht. In plaats van te fulmineren tegen het tou- rist syndrome, zou het antropologen niet misstaan om de relatie tussen toe- risme en lokale transformatieproces- sen enerzijds en processen van authentisering anderzijds expliciet tot hun onderzoeksobject te maken. Noten 1. J. Abbink - Antropologen zijn geen toeris- ten - In: FACTA, 1995, jrg. 3, nr. 4, pp. 2- 5. 2. F. Errington & D. Gewertz - Tourism and anthropology in a post-modern world - In: Oceania, 1989, jrg. 60, pp. 37-54. N. Graburn - The anthropology of tourism - In: Annals of Tourism Research, 1983, jrg. 10, pp. 9-33. V.L. Smith (ed.) - Hosts and Guests: the Anthropology of Tourism - Philadelphia: University of California Press, 1978. L. Turner & J. Ash - The Golden Hordes: International Tourism and the Pleasure Periphery - London: Constable, 1975. 3. C. Lévi-Strauss - Tristes Tropiques - Pen- guin: Harmondsworth, 1976, p. 15. 4. J. Klippendorf - The Holiday Makers: Un- derstanding the Impact of Leisure and Tra- vel - London: Heinemann, 1987. 5. M. Crick - The Anthropologist as Tourist: an Identity in Question - In: Marie-Fran- çoise Lanfant, John B. Allock & Edward M. Bruner (eds.). International Tourism. Identity and Change. London: Sage, 1995, pp. 205-223. 6. J. Galtung, geciteerd in: J. Fabian - Time and thé Other: How Anthropology Makes its Object - New York: Columbia Univer- sity Press, 1983, noot 18. 7. Crick op cit. (1995:216). 8. Cf. C. R. Hatfield - Fieldwork: towards a model of mutual exploitation - In: P.B. Hammond (ed.), Cultural and Social Anthropology: Mroductory Readmgs in Ethnology - New York: Macmillan, 1973. 9. Cf. N. Ex 8e J. Lengkeek - Op zoek naar het echte - In: Vrijetijdstudies, 1996, jrg. 14, nr. l pp. 24-43. lO.Cf. O. Pi-Sunyer - Tourism and Anthro- pology - In: Anna/s of Tourism Research, 1991, nr. 8, pp. 271-84. 11.Cf. J. Urry - The Tourist Gaze - London: Sage, 1991. 12.J. Urry - Tourism, Travel and the Mo- dern Subject - In: J. Urry, Consuming Pla- ces - London: Routledge, 1995, pp. 141- 151. 13.E. Cohen - A Phenomenology of Tourist Expériences - In: Sociology, 1979, jrg. 13, pp. 179-201. D Dr. Heidi Dahles is antropologe. Ze is ver- bonden aan de vakgroep Vrijetijdweten- schappen van de Katholieke Universiteit Brabant en verricht onderzoek naar toeristi- sche ontwikkelingen in Indonesië. DE AFSTAND TUSSEN ANTROPOLOGIE EN TOERISME J. Abbink Het is bijzonder fijn dat Heidi Dahles met haar reactie de discussie over an- tropologie en toerisme wil voortzetten. Jammer is echter dat zij in haar be- toog een aantal vitale punten laat lig- gen. Ook leest men er enkele weinig productieve gemeenplaatsen die de meningsvorming nauwelijks verder helpen. De discussie kan hier zeker niet haar beslag vinden, maar ik maak een paar opmerkingen. Met de empirische constateringen van Dahles kan men het zeker eens zijn: toerisme is een onstuitbaar fenomeen, een nieuwe vorm van mondiaal en ex- pansief vrijetijds-kapitalisme met soms enige positieve aspecten (maar meer negatieve). Ook zal niemand ontkennen dat de studie van de trans- formatieve aspecten van toerisme, van 'authentisering' en aanpassing (ik noemde het voorbeeld van de Maasai en Bali) door de vrijetijdswetenschap of de antropologie dringend gewenst blijft. De invloed van toerisme stelt nieuwe uitdagingen aan de sociale we- tenschap. Het is echter misleidend om de gespannen verhouding tussen toeristen en antropologen te willen op- lossen door hun onderlinge verschil- len te ontkennen. Deze Crick-bena- dering is niet overtuigend. Dahles verklaart niet voldoende waar- om toeristen en toerisme vrijwel uni- verseel bij actieve antropologische veldonderzoekers irritatie en, meer nog, meewarigheid oproepen. Zij ver- wijst naar een vermeende bedreiging van hun professionele status. Juist het tegenovergestelde is het geval. Vele antropologen met veldervaring zeggen dat zij altijd diepe gêne voelen over de onwetendheid en platheid van vele toeristen, over hun evidente gebrek aan kennis van of echte interesse in lokale cultuur en lotgevallen van men- sen. (Ik laat hier de vele voorbeelden achterwege - dit is een aparte studie waard). Is het vreemd dat antropolo- gen, die als het goed is een degelijke studie van geschiedenis, taal en cul- tuur van een of meer onderzochte vol- ken of groepen achter de rug hebben, zich niet in eerste instantie 'verwant' kunnen voelen met deze bezoekers, die menen dat de geldbuidel en een grote mond hun overal toegang ver- schaffen? Hoe kan men serieus uitwei- den over de verwantschap van antropologen en toeristen als de laat- sten geen enkel belang hebben bij 'be- grip' van de lokale cultuur? Dit is inherent tegengesteld aan de tourist expérience. Ook als men zich speciali- seert in de vrijetijdswetenschappen, moet men dit toch uit ervaring weten. Als er een 'fundamentele' tegenstel- ling bestaat tussen antropologen en toeristen is het deze: het pogen tot in-