Institut de Recherches Economiques et Sociales Op initiatief van de federale regering zijn er sedert 2004 in België belangrijke hervormingen in de werk- loosheidsverzekering doorgevoerd. Met de geleide- lijke afschaffng van het zogenaamde ‘artikel 80’, dat de uitkeringsduur voor samenwonende werklozen beperkte, gold meer een meer het principe van de toekenning van werkloosheids- uitkeringen voor onbepaalde duur. Gelijktijdig is de procedure voor de Active- ring van het Zoekgedrag naar Werk (kortweg “opvolging”) stapsgewijs ingevoerd. Deze procedure voorziet dat een consulent van de RVA (“facilitator”) tijdens peri- odieke individuele gesprekken de zoekinspanningen van de werklozen evalueert. In het tekstkader in bijlage wordt in detail deze “opvolging” uitgelegd. Merk op dat de “opvolging” stapsgewijs werd ingevoerd: vanaf juli 2004 betrof de regeling enkel de min dertigjarigen, vanaf juli 2005 de min veertigjarigen en vanaf juli 2006 de min vijftigjarigen. Door deze nieuwe procedure lopen alle werklozen die onvoldoende zoeken, het risico op een al dan niet tijdelijk verlaging of schorsing van de werkloosheidsuit- kering. De “verwittiging” is een essentieel onderdeel van de “opvolging”. Deze wordt ongeveer 8 maanden voor het eerste evaluatiegesprek aan de werklozen verzonden om hen op de hoogte te brengen van hun verplichtingen en van het ver- loop van de procedure. Werklozen jonger dan 25 jaar ontvangen deze brief na een uitkeringsperiode van minstens 7 maanden en de anderen na 13 maanden. Indien de zoekinspanningen in het eerste evaluatiegesprek onvoldoende worden Une publication des économistes de l’UCL Sneller aan werk dankzij activering van het zoeken ? 1, 2 Februari 2011 • Nummer 85 Het Plan voor de Begeleiding en de Opvolging van werklozen, dat in juli 2004 in België werd ingevoerd, combineert stimuli en sancties. Enerzijds wordt het zoeken naar werk van uitkeringsgerechtigde werklozen nauwgezetter gecontroleerd en gesanctioneerd indien onvoldoende zoekinspanningen geleverd worden. Anderzijds beoogt het plan een betere toegang tot de activeringsmaatregelen van de gewestelijke arbeidsdiensten. Dit nieuwe plan blijft omstreden: Voor de enen wordt “op werklozen gejaagd”, voor de anderen is het plan een essentieel bestanddeel van elk beleid dat de werkloosheid bestrijdt. Vinden werklozen nu sneller een baan met dat begeleidings- en opvolgingsplan? Zo ja, geldt dat voor alle gewesten en voor alle werklozen, en gaat dat niet ten koste van de kwaliteit van de tewerkstelling? Bart Cockx Muriel Dejemeppe 1 Dit artikel vat de resultaten samen van een onderzoek over de «Evaluatie van de activering van het zoekgedrag naar werk (SUI- VICHO)». Het Federaal Wetenschapsbeleid heeft deze studie gefnancierd in het kader van het onderzoeksprogramma «Samenle- ving en toekomst» (2005-2010). De studie werd uitgevoerd door de professoren Bart Cockx (Sherppa, Universiteit Gent en IRES, UCL), Muriel Dejemeppe (IRES, UCL) en Bruno Van der Linden (FNRS & IRES, UCL) in samenwerking met Bruno Crépon, Anne Defourny, Cyriaque Edon, Marc Gurgand, Frédéric Panier, Sofa Pessoa e Costa, Matteo Picchio et Fatemeh Shadman. Vanaf maart 2011 zal het volledig onderzoeksrapport hier af te laden zijn: van http://www.belspo.be/belspo/ta/publ_nl.stm. 2 Dit onderzoek is gerealiseerd met de fnanciële steun van de Federaal Wetenschapsbeleid, waarvoor onze dank. We bedanken ook uitdrukkelijk de RVA, de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, ACTIRIS, FOREM en de VDAB voor hun medewerking. Bruno Van der Linden