TIJDSCHRIFT VOOR PSYCHIATRIE | JAARGANG 58 | JANUARI 2016 48 Inventory of Depressive Symptomatology en verkorte versie in routine outcome monitoring van Stichting Benchmark GGZ Y. MEESTERS, W.B. DUIJZER, W.A. NOLEN, R.A. SCHOEVERS, H.G. RUHÉ ACHTERGROND Verzekeraars vragen in toenemende mate een getalsmatige onderbouwing van de behandelresultaten in de ggz. Daarbij baseren zij zich op de door de Stichting Benchmark ggz (sbg) aangeleverde data en procedures. sbg heeft een beperkt aantal (generieke) vragenlijsten geaccepteerd om te kunnen benchmarken. Binnen de klinische praktijk voldoen die instrumenten niet om daarmee routine outcome monitoring (rom) mee te kunnen verrichten. De behoefte bestaat om daar een veelgebruikte depressievragenlijst, de Inventory of Depressive Symptomatology (ids), voor te gebruiken. DOEL Argumenten aandragen waarom de ids een uitstekend en bruikbaar instrument is om door sbg als meetinstrument te worden geaccepteerd. METHODE Door middel van een literatuuroverzicht de kwaliteit van de ids bespreken. RESULTATEN De ids is een kwalitatief goed instrument om de ernst van depressies te meten en is tevens gevoelig om verbetering in de stemming te meten. CONCLUSIE De ids is een uitstekend instrument om rom-metingen mee te verrichten en is zonder kosten verkrijgbaar. Er wordt voor gepleit dat sbg deze vragenlijst accepteert als een van de instrumenten om te kunnen benchmarken. TIJDSCHRIFT VOOR PSYCHIATRIE 58(2016)1, 48-54 TREFWOORDEN benchmarking, ids, rom, sbg essay acceptabel zijn voor patiënten en behandelaars, en die daadwerkelijk een score opleveren die relevant is om het beloop van een specifeke behandeling te evalueren. Bovendien is het voor een zinvolle toepassing uiterst ple- zierig als het instrument zich al in de praktijk heeft bewezen (Hafkenscheid & Van Os 2014). Dit alles geldt niet voor de Outcome Questionnaire 45 (OQ45; De Jong e.a. 2009), een instrument dat op dit moment door zeer veel patiënten wordt ingevuld, maar waarvan de validiteit nog onvoldoende is aangetoond en goede norme- ring ontbreekt (Egberink e.a. 2009-2014). Daarbij is van het finke aantal items bijna een kwart niet van toepassing artikel Er is veel discussie over de toepassing van routine outcome monitoring (ROM) en benchmarking zoals die door de Stichting Benchmark GGZ (SBG) en zorgverzekeraars wordt voorge- staan. De kritiek betreft de wetenschappelijke onderbou- wing, medisch-ethische aspecten, maar ook de uitvoer- baarheid in de praktijk en de belasting voor patiënten (Hafkenscheid & Van Os 2013; Van Os e.a. 2012). Waar de partijen het over eens zijn, is dat ROM zinvol is om de voortgang van behandelingen in de praktijk te monito- ren, deze samen met de patiënt te evalueren, en de behan- deling zo nodig bij te stellen. Het is dan van belang om instrumenten te kiezen die in die praktijk ook zinvol en