Abram de Swaan Dyscivilisatie, massale uitroeiing, en de staat Stilzwijgend of met zoveel woorden, spookt in de discussie over de poli- tieke cultuur in het Westen nog steeds het angstbeeld van de omslag van democratie naar tirannie, van civilisatie naar barbarij. Dergelijke wendin- gen hebben zich eerder voorgedaan. Kan dat opnieuw gebeuren, en zo ja, hoe? Al sinds de Eerste Wereldoorlog staan in dit debat twee visies tegenover elkaar. In de ene worden tirannie en barbarij gezien als het tegendeel van vooruitgang en rationalisering. In de andere worden ze juist opgevat als een hoogtepunt van rationaliteit en moderniteit. Hoewel deze tegenstellingen simplistisch en eenzijdig zijn, is het moei- lijk om ze te negeren. Zowel Norbert Elias als Zygmunt Bauman hebben over de Nazi-genocide geschreven in veel subtieler en genuanceerder ter - men, maar ze neigen allebei toch tot tegengestelde visies. Het is hier niet de plaats om hun respectievelijke posities uitvoerig te analyseren, te ver- gelijken en te evalueren. Wèl worden hier de vragen die opgeworpen zijn door Bauman en vele andere auteurs die hem zijn voorgegaan, in verband gebracht met de discussie over de civilisatietheorie zoals die door Norbert Elias en zijn leerlingen ontwikkeld is.1 In de kern van het civilisatieproces doet zich soms een tegengestelde beweging voor: de staat handhaaft en perfectioneert zijn geweldsmonopolie en blijft de geciviliseerde gedrags- en uitingsvormen in de samenleving bevorderen en beschermen, maar bedrijft tegelijkertijd georganiseerd, mas- saal en extreem geweld tegen bepaalde categorieën van de eigen burgers. Het paradigmatische geval van zo’n tegengestelde beweging in het bescha- vingsproces is Nazi-Duitsland, maar overeenkomstige verschijnselen heb - ben zich ook elders voorgedaan. Elias zelf en een aantal van zijn studenten hebben bij menige gelegen- heid hun sociologische opvattingen over ‘civilisatie’ uiteengezet en nader verklaard. Als dat begrip toch moeilijk te vatten blijft, ligt dat niet alleen aan een gebrek aan helderheid in de argumentatie of aan een schaarste aan empirische verwijzingen maar ook en vooral aan de complexiteit en subtili- teit van het begrip zelf. Elias koos voor een multi-dimensionale en in- Amsterdams Sociologisch Tijdschrift, jrg. 26, nr. 3, oktober 1999 289