BERICHTEN UIT HET NCVB Artrose van de knie als beroepsziekte en nieuwe registratierichtlijnen voor aandoeningen aan de onderste ledematen Marineke Han-De Groot Paul Kuijer Monique Frings- Dresen Artrose van de knie als beroepsziekte Het RIVM verwacht dat door demografische ontwik- kelingen het absolute aantal personen met artrose tus- sen 2000 en 2020 met 38% zal stijgen. 1 Het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) concludeerde eerder in het Signaleringsrapport van 2004 dat deze aandoeningen een steeds belangrijker rol gaan spelen bij uitval uit en terugkeer naar werk in het komende decennium. Dit vanwege het beleid van de overheid gericht op langer werken, de aanwezigheid van risico- factoren in het werk voor artrose van heup en knie, de stijging van het percentage werknemers met overge- wicht en het verhoogde risico op dit type aandoeningen door overgewicht. In Nederland staat artrose op de achtste plaats in de top 10 van ziekten met het grootste verlies aan gezondheid. 2 Dit komt niet door vroegtij- dige sterfte, maar door het grote aantal jaren dat met de ziekte geleefd wordt. Artrose resulteert onder andere in ernstige beperkingen. De meest aangedane gewrichten zijn knie, heup en duim. Artrose van de knie (gonar- trose) komt in Nederland voor bij ongeveer 335.700 personen boven de 55 jaar: 72.900 mannen en 262.800 vrouwen. 1 Gonartrose is een degeneratieve gewrichtsaandoening van het kniegewricht, gekenmerkt door toenemende pijn na belasting, stijfheid en bewegingsbeperking. De belang- rijkste pathofysiologische veranderingen zijn: verminde- ring van dikte en kwaliteit van het kraakbeen, verdikking van het subchondrale bot, osteofytvorming aan de randen van het gewricht en chronische ontsteking van het synovi- ale weefsel. Voor de diagnostiek kan gebruik worden gemaakt van de zogenoemde ACR (American College of Rheumatology) criteria (zie box 1). 3 Box 1 Klinisch beeld van gonartrose Gewrichtspijn in de knie gedurende de meeste dagen van de afge- lopen maand en ten minste drie van de volgende zes symptomen: 1. Crepitaties bij het bewegen van het gewricht 2. Ochtendstijfheid duurt korter dan 30 minuten 3. Leeftijd > 38 jaar 4. Benige verbreding van het kniegewricht blijkt uit lichamelijk onderzoek 5. Gevoeligheid van het bot van het kniegewricht tijdens lichamelijk onderzoek 6. Geen voelbare warmte van het kniegewricht Werk is een risicofactor voor gonartrose. 4 Een recent systematisch literatuuroverzicht concludeert dat er beperkt tot sterk bewijs is dat fysiek zwaar werk de kans op gonartrose vergroot. 5 Beroepsgroepen met een verhoogd risico op gonartrose zijn onder andere schoonmakers, vrachtwagenchauffeurs, boeren, mijn- werkers, en vloeren tapijtleggers. 4,6 Gonartrose is in Nederland de meest gemelde beroepsziekte van de onderste ledematen: 55 keer in 2006. In een scriptie voor de bedrijfsartsenopleiding NSPOH is een systema- tisch overzicht gegeven van de specifieke werkgerela- teerde risicofactoren. 3 Drie onderzoeken beschrijven de blootstelling aan deze risicofactoren in duur en inten- siteit. 7-9 Voor de risicofactoren tillen, hurken, knielen en springen is in de meerderheid van deze drie onder- zoeken bewijs gevonden dat deze de kans op gonartrose doen toenemen. Voor traplopen en lopen gold dit niet. De odds ratios voor deze vier activiteiten, na correctie voor mogelijke confounders zoals overgewicht en spor- ten, varie¨ren tussen 1,8 en 6,9 (zie box 2). TBV (2007) 15:414–415 DOI 10.1007/BF03074644 13