207 PADDENSTOELENGESLACHTEN IN HET MOLECULAIR- FYLOGENETISCHE TIJDPERK – NIEUWE INZICHTEN OF NIEUWLICHTERIJ? Thomas W. Kuyper & Else Vellinga Vakgroep Bodemkwaliteit, Wageningen Universiteit; thom.kuyper@wur.nl 861 Keeler Avenue, Berkely, Verenigde Staten; ecvellinga@comcast.net Kuyper, T.W. & Vellinga, E.C. 2015. Paddenstoelengeslachten in het moleculair-fylogenetische tijd- perk – nieuwe inzichten of nieuwlichterij? Coolia 58(4): 207-226. De laatste jaren is een groot aantal nieuwe geslachten beschreven in de plaatjeszwammen en bo- leten. Vaak zijn deze nieuwe geslachten gebaseerd op moleculair-fylogenetisch onderzoek, terwijl morfologische ondersteuning daarvoor soms ontbreekt. In deze bijdrage wordt een aantal van deze veranderingen besproken (o.a. boleten, trechterzwammen, waarbij een groot aantal nieuwe geslachten is voorgesteld) en wordt de vraag gesteld in hoeverre deze veranderingen gevolgd zouden moeten worden. Aan het eind van het artikel bespreken we een aantal criteria waaraan gedegen onderzoek zou moeten voldoen; duidelijk is dat lang niet in alle gevallen deze nieuwe geslachten aan deze criteria voor goed onderzoek voldoen. Kuyper, T.W. & Vellinga, E.C. 2015. Mushroom genera in the era of molecular phylogenetic research – novel insight or fashionable modernism? Coolia 58(4): 207-226. During the last few years a large number of new mushroom genera have been described. In many cases such new genera were proposed as a consequence of molecular phylogenetic research, whereas morphological support for these genera was in a number of cases not presented. In this paper we dis- cuss a number of these changes (boletes, the previous genus Clitocybe; in both cases a large number of new genera were proposed). We also ask the question to what extent such changes have to be followed. At the end we introduce a number of criteria that are helpful in judging whether such new genera are indeed indicative of taxonomical progress. It is clear that many of the new genera do not (yet) fulfl these criteria. D e laatste jaren zijn gekenmerkt door de introductie van een groot aantal nieuwe paddenstoelengeslachten. Het gaat hierbij niet om exotische paddenstoelen uit verre oorden met bizarre kenmerken; nee, nogal wat van die nieuwe geslachten hebben betrekking op paddenstoelen uit Europa die we al lang kennen. Blijkbaar zijn verschillende mycologen van mening dat onze oude geslachten (bijvoorbeeld Boletus of Clitocybe) niet meer voldoen. Nu is het splitsen van geslachten niet iets van deze tijd. Het geslacht Agaricus voldeed lange tijd als verzamelgeslacht voor de meerderheid van plaatjeszwammen; zie bijvoorbeeld Systema Mycologicum van Fries uit 1821, een systematisch overzicht van alle plaatjeszwam- men. De opsplitsing van Agaricus door Kummer in 1871, waarbij de tribus (vergelijkbaar met een ondergeslacht) die Fries onderscheidde, werden verheven tot zelfstandige geslachten, werd ook niet door iedereen als een belangrijke vernieuwing verwelkomd. Langzamerhand werden die geslachten wel geaccepteerd. En het toenemende gebruik van microscopische kenmerken voor de indeling van paddenstoelen leidde tot het beschrijven van weer nieuwe geslachten. Ook de toegenomen aandacht voor tropische paddenstoelen leidde tot het be- Thom&Else DNA.indd 207 6-9-2015 14:06:02