Guest (guest)
IP: 3.88.114.71
334
Verenigingssociologie: een lezenswaardige nonstarter
H.M. Jolles (red.), Verenigingsleven in Nederland. Bidragen tot de sociologie
van het verenigingsverschinsel. Zeist/Arnhem: W. de Haan/van Loghum
Slaterus, 1963.
Paul Dekker
Tilburg University
Paul.Dekker@tilburguniversity.edu
Het door mi gekozen boek is geen invloedr ike monograf ie, geen klassiek
werk in de klassieke zin, maar wel een klassiek voorbeeld van klassieke
Nederlandse sociologiebeoefening vanuit gedeelde interesses van weten-
schap en beleid. Het is een door het Ministerie van Maatschappel ik Werk
gefacilieerde bundel uit 1963 van een werkgroep van sociologen van pro-
vinciale opbouworganen. Voorzitter en eindredacteur was Dr. H.M. Jolles,
bi verschinen docent en vanaf 1964 hoogleraar sociologie aan de UvA (en
tussen 1958 en 1968 redactiesecretaris van Mens & Maatschappi). Secretaris
was drs. H.A. Becker, toen ambtenaar bi het ministerie en later hoogleraar
sociologie in Utrecht. Zo’n combi van wetenschappel ike verkenning en
beleid hoort natuurlik ook bi de geschiedenis van de Nederlandse sociologie.
Een paar jaar eerder had Jolles (1959) in Mens & Maatschappi een ‘voorlopige
verkenning’ van het verenigingsleven doen verschinen en hi wilde er na een
‘verheugend aantal reacties van vele kanten’ nader studie naar verrichten
en het ministerie ‘bleek onmiddellik bereid’ (p. 5) hem daarvoor de nodige
steun te verlenen.
De bundel start met een gortdroge ‘theoretische doorlichting’ van
verenigingen en verenigen door de redacteur. Het hoofdstuk l ikt vooral
bedoeld om het onderzoek te verhef fen van de oude beschrivende socio-
grafie naar de theor iegeleide moderne sociologie, maar boeiend wordt het
niet. Het geeft ook weinig richting aan de erop volgende vier empirische
hoofdstukken over verenigingen in een Drentse gemeente, een Gelders
dorp, een verstedelikte plattelandsgemeente en de Tielerwaard. Het is
allemaal platteland (daar waren de provinciale opbouworganen actief) maar
opzet en aandachtspunten verschillen. Er wordt respectievel ik gefocust
MENS & MAATSCHAPPIJ 97.3 (2022) 334-337
HTTPS://DOI.ORG/10.5117/MEM2022.3.017.DEKK
© Paul Dekker