28 TBV 20 / nr 1 / januari 2012 Deze richtlijn werd ontwikkeld in samenwer- king met een groot aantal medische beroepsver- enigingen onder auspiciën van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. Ze geeft aanbevelingen over de diagnostiek, behan- deling en begeleiding van patiënten met acuut lateraal enkelbandletsel (ALBL). Het biedt aan- knopingspunten voor transmurale afspraken of lokale protocollen ter bevordering van de imple- mentatie. MATERIAAL EN METHODEN Relevante artikelen werden gezocht in de Cochrane Library, Medline en Embase. Hierbij werd de taal gelimiteerd tot Nederlands, Engels, Duits, Frans, Deens, Noors en Zweeds. Daarnaast werd handmatig gezocht en referentielijsten van geïncludeerde artikelen nagekeken. Artikelen gepubliceerd tussen 1996 tot begin 2009 werden geïncludeerd. Als trefwoorden voor de beschrij- ving van de patiëntenpopulatie in Medline wer- den gebruikt: de MESH (Medical Subject Heading) termen: (“Sprains and Strains” OR Joint Instability OR Rupture OR Range of Motion, Articular) AND (Ankle Joint OR Lateral Liga- ment, Ankle OR Ankle) AND (workers) AND (return to work). De kwaliteit van deze artikelen werd door epide- miologen beoordeeld aan de hand van ‘evidence- based richtlijnontwikkeling’ (EBRO)-beoorde- lingsformulieren en gerangschikt naar mate van bewijskracht. RESULTATEN Predisponerende factoren Zowel intrinsieke als extrinsieke risicofactoren kunnen het risico op ALBL verhogen. Voor de extrinsieke risicofactoren is voor sporters speci- fiek gezocht naar risicofactoren met betrekking tot het type ondergrond waarop gespeeld werd en spelpositie. Intrinsieke risicofactoren Het betreft vier risicofactoren: kracht, proprio- cepsis, bewegingsuitslag en balans bij patiënten ouder dan 15 jaar met een eerste of recidief late- raal enkelbandletsel. Er werd geen verband gevonden tussen spierkracht en het risico op late- raal enkelbandletsel. Er zijn aanwijzingen dat een beperkte dorsaal flexie en slechte proprio- cepsis leidt tot een verhoogd risico op ALBL. Het is aannemelijk dat een enkeldistorsie in de voor- geschiedenis en een verminderde balans, pre- disponeert voor ALBL. Extrinsieke risicofactoren Onder 2.016.000 sporters van wie bij 14.098 de medische informatie beschikbaar was, werd de hoogste incidentie enkelletsels geconstateerd bij aeroball, wandklimmen, indoor volleybal, berg- beklimmen, korfbal en veldsporten. Bij wed- strijdsporten betrof het voetbal, rugby, American football en zaalvoetbal. De incidentie is afhanke- lijk van het type sport, de hoeveelheid beoefe- naars en of men competitie speelt. Bij voetballers op kunstgras lijkt de incidentie hoger en ook hier hebben verdedigers en aanvallers een hoger risi- co door contact met tegenstanders. Bij volleybal- lers lijkt het landen een risicofactor. Richtlijn Acuut lateraal enkelbandletsel Leo Elders, Gino Kerkhoffs, Peter van Beek, Guus Bloemers, Rienk Dekker, Niek van Dijk, Henk Jan ten Duis, Elly de Heus, Jos van Hoogstraten, Wim Hullegie, Ton Kuijpers, Masja Loogman, Kitty Rosenbrand, Maurits Tulder, Philip van der Wees, Rob de Bie RICHTLIJNEN CORRESPONDENTIEADRES Dr. L.A.M. Elders, senior onderzoeker arbeids- en bedrijfsgeneeskunde, afdeling Interne Geneeskunde/Allergologie, Erasmus MC, Rotterdam. E-mail: info@consulo.nl en l.elders@erasmusmc.nl. ENKEL, VERSTUIKING, LATERAAL BANDLETSEL, WERK, SPORT, EVIDENCE BASED, RICHTLIJN SAMENVATTING In Nederland krijgen ongeveer 600.000 personen jaarlijks een trauma- tisch letsel van de enkel van wie ongeveer een derde als gevolg van sportbeoefening. Ongeveer een derde van de totale economische kos- ten als gevolg van sportletsel wordt veroorzaakt door enkelletsel. De preventie van herhaling van deze letsels kan resulteren in een forse besparing op medische kosten. Het gemiddelde werkverzuim bij patiënten met een functioneel behandeld lateraal enkelbandletsel is 2,5 week; na 6 weken heeft 90% het werk hervat. Van de patiënten die het sporten hervat, heeft 60-90% binnen 12 weken de sportbeoefening op hetzelfde niveau als voor het trauma. De aanbevelingen in deze richtlijn zijn gebaseerd op wetenschappelijk bewijs en bedoeld voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij de behandeling en begeleiding van patiënten met lateraal bandletsel van de enkel.