voor de praktijk 469 tbv jaargang 26 | nr.9 | november 2018 Lagerugpijn is een vervelende kwaal waar een groot deel van de bevolking één of meerdere keren in zijn leven mee kampt. De meeste rugpijn is niet schadelijk en verdwijnt meestal spontaan binnen enkele weken tot maanden. Omdat rugpijnpatiënten geneigd zijn fysieke activiteiten te vermijden uit angst de klacht te verergeren, is communi- catie van zorgverleners met patiënten van groot belang, waarbij uitleg en instructie centraal staan. Allereerst moet worden aangeven dat de oorzaak en de zoektocht ernaar met behulp van radiologisch onderzoek nutteloos is. De behandeling blijft gelijk: geruststellen en aanmoediging om in beweging te blijven, van de dagelijkse activiteiten tot de normale werkzaamheden en eventueel specifieke oefeningen. Als de pijn gepaard gaat met een duidelijk verlies van spierkracht, is doorverwij- zing naar een specialist gewenst. Zorgverleners moeten alert zijn op patiënten die een hoger risico lopen op het chronisch worden van de pijn. De behandeling kan dan vanaf het begin gericht zijn op het voorkómen daarvan. Kenmerken zijn bijvoorbeeld Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE), de Belgische equivalent van het Zorginstituut Nederland, publiceerde in mei vorig jaar de nieuwe klinische richtlijn voor de aanpak van lage- rugpijn 1 , in november gevolgd door het zorgpad. 2 De systematische wetenschappelijke aanpak én de multidisciplinaire inbreng van alle zorgdisciplines en patiënten hebben gezorgd voor een helder, kwali- tatief, eenduidig beleid voor elk type rugpatiënt. Ter ondersteuning in de praktijk is een interactieve, online tool beschikbaar, zodat voor elke individuele patiënt de optimale persoonlijke behandeling kan worden gekozen. Het overall devies van de KCE richtlijn luidt: “niet ongerust zijn en blijven bewegen!” Richtlijn en zorgpad voor lagerugpijn Joan Luites 1 , Paul Kuijer 1 , Carel Hulshof 1 , Jan Hoving 1 1 Amsterdam Universitair Medische Centra, Universiteit van Amsterdam, Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid, Amsterdam Public Health onderzoeksinstituut, Amsterdam Correspondentieadres: j.w.luites@amc.uva.nl Vragenlijsten De KCE maakt in de interactieve tool gebruik van de STarT Back Screening Tool (SBT) 1,2 en de korte versie van de Acute Low Back Pain Screening Question- naire (ALBPSQ) of The Örebro Musculoskeletal Pain Screening Questionnaire. 3,4 Beide vragenlijsten heb- ben als doel het vastleggen van het individuele risico van de patiënt op de kans op overgang naar chronici- teit. Daarbij wordt gebruik gemaakt van onder ande- re stellingen en vragen op het psychologische domein zoals ‘Ongeruste gedachten gingen vaak door mijn hoofd’ en ‘Ik vind dat mijn rugpijn verschrikkelijk is en ik geloof dat het nooit meer beter zal worden’, uit de STB, en ‘Hoe gespannen of angstig heeft u zich de afgelopen week gevoeld? ‘ en ‘Hoe groot is volgens u de kans dat u binnen 6 maanden weer aan het werk bent?’, uit Örebro lijst. Literatuur 1. Hill JC, Dunn KM, Lewis M, Mullis R, Main CJ, Foster NE, Hay EM. A primary care back pain screening tool: identifying patient subgroups for initial treatment. Arthritis Rheum 2008;59:632-41. 2. Nederlandse versie M van Hooff, W van Lankveld, P Anderson, A Apeldoorn, F van Hartingsveld, R Ostelo (2011); Fysiopraxis. 2013;4:32-3. 3. Linton SJ, Halldén K. Can we screen for problematic back pain?: a screening questionnaire for predicting out- come in acute and subacute back pain. Clinical journal of pain 1998;14(3):209-15. 4. Kole-Snijders AMJ, Sillen W, Willen A, Heuts PHTG, Vlaeyen JWS. Screenings-vragenlijst voor acute rug-, nek- en schouderpijn, Linton & Halldén (1996): geautori- seerde Nederlandse vertaling. In: Vlaeyen JWS, Heuts PHTG, editors. Gedragsgeoriënteerde behandelingsstra- tegieën bij rugpijn. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum; 2000. p.132-134.