Hefboom naar sociale hervormingen? Bekwaamheidskiesrecht als surrogaat voor algemeen stemrecht, 1883-1893 Frederik DHONDT Hoofddocent Vrije Universiteit Brussel Vrijwillig medewerker UGent Inleiding Le droit électoral n’est pas un droit personnel, mais un droit politique Minister van Justitie Jules Bara, 13 augustus 1883 1 De sociale wetgeving in België kent een eerste voorzichtige manifestatie in de ‘belle époque’, of de decennia rond de wisseling van de negentiende en de twintigste eeuw. 2 De stopzetting van het trucksysteem, de creatie van de ‘goedmannenraden’, de afschaffing van kinderarbeid, de beperking van nachtarbeid, de verplichte zondagsrust of nog de risicoaansprakelijkheid van de werkgever voor schade veroorzaakt door arbeidsongevallen 3 zijn bekende mijlpalen. De klassieke liberale opvatting van de overeenkomst tussen individuele werknemer en ‘patron’ als een verhouding tussen gelijken, werd geleidelijk verlaten … omdat het niet anders kon. De onderzoekscommissie naar het lot der arbeiders die in 1886 verslag uitbracht, moest vaststellen dat het niet was verbeterd sinds 1843. 4 Gewelddadige confrontaties tussen arbeiders, ordediensten en het leger, met meerdere doden, leidden in 1886 en 1893 tot verbeteringen. 5 De eerste golf echt transformerende hervormingen, die ingrijpen op de loonvorming en dus de vrije markt inkapselen in een systeem van onderhandeling tussen werknemers en werkgevers, kwam pas na Wereldoorlog I en de invoering van het Algemeen Enkelvoudig (mannen)Stemrecht (AES). De achturendag, de stakingsvrijheid en de paritaire comités werden geprezen als socialistische overwinningen. Dit klassieke overzichtsbeeld koppelt politieke participatie aan bescherming van werknemers. 6 Het Algemeen Meervoudig Stemrecht (AMS, 1893) bracht de Belgische Werkliedenpartij (BWP) in het parlement en noopte de katholieke partij tot de uitbouw van een eigen ‘antisocialistische’ en paternalistische vakbeweging, die met christendemocratische volksvertegenwoordigers een eigen drukkingsgroep kreeg. In 1831 huldigde de Belgische grondwetgever de formele gelijkheid van de burger voor de wet, maar zeker niet een gelijk recht om deel te nemen aan de collectieve besluitvorming. Op basis van cijns konden de ‘zeer gegoeden’ deelnemen aan de verkiezingen voor de constituante. 7 Op verzoek van de liberalen werd de eenmalige toevoeging van zeer elitaire ‘capacitaire’ kiezers (‘advocaten, 1 Journal de Bruxelles, 14 augustus 1883 [verder: JB]. 2 B.S. CHLEPNER, Cent ans d'histoire sociale en Belgique, Bruxelles, Editions de l’ULB, 1972. 3 B. DEBAENST, Een proces van bloed, zweet en tranen! Juridisering van arbeidsongevallen in de negentiende eeuw in België¸ Brussel, KVAB, 2011. 4 M.-A. PIERSON, Histoire du socialisme, Bruxelles, IEV, 1953, 96. 5 G. DENECKERE, Sire, het volk mort: sociaal protest in België, 1831-1918, Antwerpen, Hadewijch, 1997. 6 PIERSON, Histoire, 103. 7 R. VAN EENOO, ‘De evolutie van de kieswetgeving in België van 1830 tot 1919’, Tijdschrift voor Geschiedenis 92 (1979), 333.